Het staatsgebied is het gebied dat behoort tot een staatsvolk. Het is het territoriale gebied dat een staat permanent en op geordende wijze beheerst. Het is tevens het gebied dat een staatsvolk nodig heeft voor de erkenning van een staat, bijvoorbeeld wanneer een bevolkingsgroep de afscheiding van haar gebied van een staat eist.
Om een territoriaal gebied als staatsgebied te kunnen beschouwen, moet een bevolking in staat zijn om het staatsmonopolie op geweld in dit gebied tot stand te brengen en te handhaven. Een uitzondering hierop vormen mislukte staten (ook wel failed states genoemd), die deze fundamentele functie niet kunnen vervullen. Bij deze staten wordt echter op grond van het continuïteitsbeginsel in het internationaal recht toch gedurende een langere tijd uitgegaan van het bestaan van een staatsgebied.
Het staatsgebied verschilt van het soevereine grondgebied. Tot het soevereine grondgebied behoren bijvoorbeeld ook de terreinen die bij de ambassades in andere landen horen. Deze blijven echter binnen het staatsgebied van de andere staat en vormen dus geen extraterritoriale gebieden. Kolonies behoorden evenmin tot het staatsgebied, maar tot het soevereine grondgebied van de koloniale macht. Een kolonie was een gebied buiten het staatsgebied van de koloniale macht dat door de koloniale macht werd beheerst. Maar ook om andere redenen kan er in een territoriaal gebied een verschil bestaan tussen staatsgebied en het soevereine grondgebied. De kanaalzone rondom het Panamakanaal was tot 1999 soeverein grondgebied van de VS, maar staatsgebied van de staat Panama. De baai van Guantánamo wordt sinds 1898 door de VS gepacht. Ze behoort tot het soevereine grondgebied van de VS en tot het staatsgebied van Cuba.
Het staatsgebied omvat het landoppervlak van de staat, inclusief de bijbehorende eilanden, de territoriale wateren en het luchtruim daarboven.
Volgens het VN-Zeerechtverdrag strekken de territoriale wateren zich uit vanaf de kust van een land tot maximaal 12 zeemijl (22,22 km). Als de dichtstbijzijnde kust van een ander land zich binnen 24 zeemijl (44,45 km) van de kust bevindt, geldt in de regel het midden tussen beide kusten als grens tussen beide staatsgebieden. Het VN-Zeerechtverdrag is door de meeste landen wereldwijd geratificeerd. Landen die dit verdrag niet hebben geratificeerd zijn onder andere de VS, Turkije, Syrië, Israël, Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan, Peru en Venezuela.
Het luchtruim is het met lucht gevulde gebied boven een land. Er bestaat echter geen overeenstemming over tot welke hoogte dit gebied reikt. In de regel wordt de Kármán-lijn op 100 km hoogte als grens beschouwd. Vliegtuigen doorkruisen daarmee zowel het staatsgebied als het grondgebied van een staat, satellieten echter niet.
Ook de fjorden met een maximale breedte van 3 zeemijl (11,11 km) behoren tot het staatsgebied. Zeebaaien horen hier eveneens bij, mits ze niet breder zijn dan 24 zeemijl (44,45 km).
Als rivieren als grens van een staatsgebied zijn aangewezen, ligt de grens meestal in het midden van de rivier. Als de loop van een rivier slechts in geringe mate verandert, verandert daarmee ook de grens van het staatsgebied. Als een grensrivier ingrijpend verandert, worden meestal andere gebieden ter compensatie uitgewisseld. Voor meren geldt hetzelfde.
Tot het staatsgebied kunnen ook territoriale gebieden buiten het hoofdgebied behoren. Deze worden exclaves genoemd, als ze niet via eigen of internationale wateren bereikbaar zijn. Daarmee zijn Alaska van de VS, Ceuta van Spanje in Afrika aan de grens met Marokko en de oblast Kaliningrad van Rusland aan de Oostzee tussen Polen en Litouwen geen exclaves, omdat ze via internationale wateren bereikbaar zijn.
Enclaves zijn delen van een andere staat of staten die door een staat worden omsloten. Staten die een enclave zijn, zijn Lesotho binnen Zuid-Afrika, San Marino binnen Italië en het Vaticaan binnen Italië.