windroos
Google Ads boven

Begrippen en theorieën

De politicologie houdt zich bezig met de maatschappelijke orde en organisatie die het samenleven van een gemeenschap regelt en de coëxistentie met andere gemeenschappen organiseert. De maatschappelijke orde wordt doorgaans georganiseerd door regeringen met behulp van overheidsinstellingen, zoals politie en rechtbanken, belastingdiensten en vele andere. Het samenleven met andere gemeenschappen kan worden geregeld via internationale verdragen, wetten, zoals bijvoorbeeld regelingen voor de invoer van goederen of de toegang van personen, of ook gewoon via diplomatieke acties in de buitenlandse politiek.

De empirische politicologie houdt zich bezig met samenlevingen, hun organisatie en sociale structuren om verbanden te leggen die het samenleven van mensen bepalen. Daartoe worden maatschappelijke ontwikkelingen in de geschiedenis van de mensheid bekeken en geanalyseerd. De theoretische of normatieve politicologie houdt zich bezig met vragen over hoe gemeenschappen moeten worden georganiseerd. Daarbij worden morele en normatieve principes als basis gebruikt en wordt een streeftoestand ontwikkeld.

In de politicologie worden bovendien drie dimensies onderscheiden:

  • Policy: de inhoudelijke beschouwing, zoals bijvoorbeeld het economisch, arbeids-, sociaal of buitenlands beleid.
  • Politics: de procedurele beschouwing van de processen van politiek handelen. Dit kunnen wetgevingsprocedures zijn, maar ook de processen waarmee verschillende politieke beslissingen worden voorbereid en uitgevoerd.
  • Polity: de organisatorische beschouwing van staatsinstellingen zoals parlementen, presidenten of overheidsinstanties.

In de theorieën bekijken we verschillende theorieën uit de politieke wetenschappen of sociale wetenschappen, maar ook verdergaande theorieën, zoals bijvoorbeeld de speltheorie of de Keynesiaanse economische theorie.

De speltheorie vindt zijn oorsprong in de wiskunde en onderzocht strategieën van gezelschapsspellen. Vanaf het begin was het echter duidelijk dat de resultaten ook konden worden toegepast op besluitvormingssituaties in de politiek en de economie. De theorie van Keynes houdt zich bezig met het verband tussen productie, vraag, investeringen en geldstromen. De klassieke economische theorie gaat uit van zelfregulering van de markten en pleit voor minimale overheidsinterventie. Keynes daarentegen gaat uit van een afhankelijkheid van de productie en de arbeidsmarkt van de totale vraag en pleit voor overheidsinterventie, die zo anticyclisch mogelijk ten opzichte van de economische conjunctuur moet plaatsvinden.


Colofon - Privacyverklaring

Google Ads rechts