Onder de term staatsvorm kunnen verschillende indelingen worden verstaan. Dit kan gebeuren door een tweedeling van de vorm van bestuur in monarchie en in democratie. Een andere vorm is de tweedeling op basis van de regeringsvorm. Dit zou dan de indeling in monarchieën en republieken zijn. De derde variant zou de indeling zijn in de organisatievorm van de staten, de interne structuur. In dit geval wordt onderscheid gemaakt tussen eenheidsstaten en federale staten.
De vormen van bestuur kunnen in zeer veel verschillende vormen worden ingedeeld. Een dimensie in de indeling is het aantal besluitvormers over de politieke koers. Dit kunnen enkele of slechts één persoon zijn, of het grootste deel van de bevolking. Als slechts enkele of weinig personen regeren, kunnen de vormen van bestuur worden ingedeeld in monarchie, theocratie, dictatuur, oligarchie en andere vormen. Deze vorm wordt in de meest gangbare voorstellingen echter alleen vertegenwoordigd door de monarchie. Als de meerderheid van de bevolking regeert, kunnen de vormen van bestuur democratie, anarchie of andere vormen de overhand hebben. Er wordt echter de democratie als representatieve vorm van bestuur voor deze situatie gebruikt.
De indeling op basis van de regeringsvorm verdeelt de staatsvormen in monarchieën en republieken. Deze indeling kan overeenkomen met de indeling naar regeringsvorm. Er is echter ook een visie waarin beide verschillend zijn. In de monarchie wordt er altijd van uitgegaan dat deze door één of enkele personen wordt geregeerd, maar dat de staat ook deze groep heersers dient.
De republiek onderscheidt zich van de democratie doordat de republiek de gehele bevolking dient, terwijl in de democratie de gehele bevolking regeert. Meestal is een republiek ook democratisch. Ze kan echter bijvoorbeeld ook slechts door een deel van de bevolking worden geregeerd.
De Romeinse Republiek (509 v.Chr. tot 27 v.Chr.) was een republiek die vooral door een oligarchie werd geregeerd. Zo was er een volksvergadering, de Comitia, die door de bevolking werd gekozen. Deze stemde over wetten die door de magistraten werden voorgesteld, koos de leden van de magistraten en stemde over vonnissen in strafzaken. De besluiten konden echter niet zonder de Senaat worden genomen. De Senaat werd op zijn beurt bepaald door een klein aantal censoren. Hierin konden echter alleen personen uit een kleine kring worden opgenomen, die in wezen bestond uit patriciërs, de adellijke bovenlaag van het Romeinse Rijk. Daarmee was de regering een mengeling van democratie en monarchie.
In eenpartijstaten regeert permanent slechts één politieke partij. Meestal is er wel een oppositie. Deze heeft echter door wettelijke regelingen of op andere manieren geen realistische kans om de regering over te nemen. De bevolking heeft dus geen echte keuzevrijheid wat betreft de politieke koers, ook al worden er meestal verkiezingen gehouden. De leiders worden bepaald via interne partijprocedures, waarop de brede bevolking evenmin invloed heeft. De staten zijn echter republieken, omdat ze gericht zijn op het algemeen welzijn en door een groot deel van de bevolking worden bestuurd. Ook tussen republiek en democratie bestaat een grote kloof.
Staten kunnen zijn georganiseerd als een eenheidsstaat of als een federale staat.
Een eenheidsstaat wordt centralistisch bestuurd, meestal vanuit de hoofdstad van de staat. Het bestuur van regionale eenheden wordt gerealiseerd via bestuurlijke eenheden die onder het centrale bestuur vallen. Een eenheidsstaat wordt soms ook wel een centrale staat genoemd.
Daarentegen zijn federale staten georganiseerd in deelstaten. Deze worden bestuurd door lokale overheden, bijvoorbeeld met regionale parlementen en gouverneurs. In tegenstelling tot een statenbond zijn de deelstaten niet soeverein.