De staatsmacht, ook wel staatsgezag genoemd, verwijst naar het vermogen om controle uit te oefenen binnen een staatsgebied om de binnenlandse orde te waarborgen. De staatsmacht wordt uitgeoefend door:
De staatsmacht is, naast het staatsgebied en het staatsvolk, een van de drie basisvoorwaarden voor het bestaan van een staat. Als de staatsmacht instort, spreekt men van een mislukte staat, ook wel failed state genoemd. Jean Bodin (ca. 1530 tot 1596) beschreef de staatsmacht als de macht om de wet te geven en te breken
[Origineel: Puissance de donner et casser la loi
] in „Zes boeken over de staat“ [„Les six livres de la République“], boek I, hoofdstuk X, 1576]. Bodin verwijst daarbij zowel naar de binnenlandse staatsmacht om binnen de staat orde te waarborgen, als naar de buitenlandse staatsmacht om ten opzichte van andere staten de vrede voor de eigen staat te kunnen waarborgen. Volgens Max Weber is een staat […] die menselijke gemeenschap die binnen een bepaald gebied […] het monopolie op legitiem fysiek geweld voor zichzelf (met succes) opeist.
[in „Politik als Beruf“: in: „Geistige Arbeit als Beruf. Vier Vorträge vor dem Freistudentischen Bund. Zweiter Vortrag.“, 1919]
Volgens Thomas Hobbes is de legitimatie om binnen een staat macht uit te oefenen gebaseerd op het voorkomen van de oorlog van allen tegen allen
[Oorspronkelijk: bellum omnium contra omnes
, in „Elementorum philosophiae sectio tertia de cive“ [„Het derde deel van de elementen van de filosofie over de burger“], 1642]. Aangezien de bevolking zonder staatsmacht blootstaat aan rechteloosheid en willekeur door sterke bevolkingsgroepen binnen een samenleving, legitimeert de bescherming van de zwakke bevolkingsgroepen het bestaan van een staatsmacht.
Een basisprincipe in rechtsstaten is de scheiding der machten. Dit gaat terug op baron de Montesquieu, die eist dat de macht over de drie machten wordt verdeeld. Hij zegt: Alles zou verloren zijn als één en dezelfde persoon of één en dezelfde groep van leiders, edelen of burgers deze drie machten zou uitoefenen: de wetgeving, de uitvoering van openbare besluiten en de rechtspraak in strafzaken of bij geschillen tussen particulieren.
[In het origineel: Tout serait perdu si le même homme, ou le même corps des principaux, ou des nobles, ou du peuple, exerçaient ces trois pouvoirs: celui de faire des lois, celui d’exécuter les résolutions publiques, et celui de juger les crimes ou les différends des particuliers.
] Deze horizontale scheiding der machten wordt ook aangeduid met de drie begrippen uitvoerende macht, wetgevende macht en rechterlijke macht:
Elk van de drie machten kan de andere machten beperken. Zo kunnen er gerechtelijke uitspraken tegen parlementsleden worden gedaan of kunnen rechtbanken wetten ongeldig verklaren als deze in strijd zijn met de grondwet. De politie kan corrupte rechters arresteren en de parlementsleden kunnen de handelingsvrijheid van de politie via wetten beperken.
Daarnaast bestaat er nog de verticale scheiding der machten van de staat of deelstaat, via de departementen of deelstaten, tot aan de gemeenten.